Het is slechts een hoekje bruin papier. Afgescheurd van een enveloppe. Onder elkaar staat er 18.00 en maandag. De vermelding ‘uur’ of een afkorting daarvan is op het resterende deel van het papier achtergebleven. Het is met een blauwe balpen genoteerd in een handschrift dat in alle letters een cirkel toont. De wereld is rond. De schrijver het middelpunt.
De papiersnipper vonden we in de buurt van de donkergrijze broek van de man, die meer dan van omvang is geweest. Maat 68. Ik vraag me af hoe groot dat is. Ik stel me voor dat zijn buik moet een soort van enorme circusbal moet zijn geweest, waarvan hij iedere dag een stukje heeft doorgeslikt. Daaronder bungelen twee beentjes. Daarboven het bovenste deel van zijn romp, twee armen en een kleinere bal voor zijn hoofd.
De enorme broek van de man en de snipper papier verbind ik ineens met drie inhalers, die ook in de tas zitten. Plastic doosjes met snufjes zuurstof voor astmapatiënten of andere ademhalingsaandoeningen. Er zijn twee paarsen en één groen exemplaar. Op het groene zit lipstick. Waarschijnlijk van zijn vrouw geweest. Dan zijn de paarsen van de man met de grote broek, niet vreemd, want zo’n omvang maakt kortademig.
Hij zit zuchtend op een stoel. Heeft het weer eens benauwd. De benauwdheid is het afgelopen uur alleen maar toegenomen. Tegen het ondraaglijke aan. Nog een puf uit de inhaler.
Zijn vrouw informeert hoe het is. Zou ze een dokter bellen? Hier op de hotelkamer? Op zondag.
Hij antwoordt: “Maaawwwh.’
Dokter komt. Informeert naar de aard van de klachten en de historie ervan. Ze schrijft hem direct iets voor dat verlichting moet brengen. En raadt hem aan rustig aan te doen. Ze legt in een bruin zakje nog twee pillen klaar voor morgen. Maandag 18 uur.
De volgende dag zal hij het zakje open scheuren en de pillen innemen op het juiste tijdstip. Niet meer dan toevallig dwarrelt het afgescheurde hoekje papier in de tas die aan het voeteneind staat.
